Ik zit ongemakkelijk op mijn hurken om de bestelling op te nemen. Bij de haarversteviging. Kleine rotflesjes die altijd weer, niet netjes op nummer, maar allemaal door elkaar liggen. Wie bedenkt het ook, een product voor voornamelijk oudere dames op de onderste plank! Ik zucht bij deze wekelijks wederkerende rotklus.
Ik hoor de collega’s op de trap naar beneden rennen en de winkel in lopen. Hun theepauze zit erop, ik mag nu.
‘Zal ik de bestelling overnemen?’, biedt ze mij lief aan en duikt naast me, ook op haar hurken. Zacht zegt ze, bijna bezwerend:
‘Heij Esther! Heb jij dat nou ook? Dat je een liedje hoort en het niet meer uit je hoofd krijgt?’
Ik rommel nog wat met de flesjes en knik ondertussen instemmend.
‘Maar nu baal ik!’, hervat ze haar verhaal zacht maar wel stellig, ‘ik hoorde net zo’n vreselijk zemelig EO-lied, en ik krijg het nu niet meer uit mijn hoofd!’
Ik maak het rotklusje af, want ik ben er bijna, en vraag haar ondertussen ‘oh en hoe gaat het lied dan?’
‘Nou zo’ zegt ze en begint zachtjes, zonder het zelf te weten op haar beste Janis-Joplin- style, maar dan nog iets zijiger, fonetisch te zingen:
‘Ohw Lord wo you by me a mersedis bens, my friends all…..’
En ik zing gelijk mee, terwijl ik het laatste potje recht zet:
‘my friends all drive Porsches, I must make amends.
Worked hard all my lifetime, no help from my friends,
So Lord, won’t you buy me a Mercedes Benz?’
Ik geef haar het bestelboek en knipoog:
‘geen Lord, maar Janis Joplin….’