Hij staat tussen ons in: onze nieuw-bakken-stagiaire. Leuk! Meestal zijn het meiden, de stagiaires, maar deze keer hebben we een jonge knul. Vijftien is hij, een beetje stil en verlegen. Maar wel helder: hij gaat later de zaak van zijn ouders overnemen. Hij heeft er zin in, in zijn stage en is helemaal klaar om het vak te leren. Vanmorgen is zijn inwerkprogramma begonnen. Collega’s hebben hem de winkel laten zien en nu staat hij dus hier bij de kassa en de medicijnen. En net als we aandacht aan Homeopathie willen geven, stuift er een meneer de winkel in. Hij komt voor ons staan, wat gehaast en zenuwachtig tegelijk:
‘Goedemiddag! Euh… kunt u mij helpen? Ik heb een hele lijst meegekregen en dat ga ik vast allemaal niet vinden!’ Hij kijkt ons alle drie aan, wij-twee en de stagiaire. Die pakt moedig zijn kans:
‘Ja hoor meneer, zegt u het maar!’
Duidelijk opgelucht vouwt onze klant zijn brief open en zegt: ‘Mijn vriendin gaat bevallen en ze hebben mij op pad gestuurd voor een kraampakket’, hij veegt zijn verwarde haar van zijn voorhoofd en begint op te sommen wat hij nodig heeft. Ik pak een mandje en we verzamelen de spullen die men in huis moet hebben voor een thuisbevalling.
De stagiaire rent de winkel in om een pak kraamverband te halen. Er volgen navelverbandjes, onderleggers, kraammatrassen, lotiondoekjes, gaaskompressen, babylotion, luiers voor pasgeborenen…. te veel om op te noemen. Afwisselend pakken we het genoemde uit de winkel of uit de stelling achter de kassa.
‘En dan nog… tepelhoedjes?!’, vraagt de man vertwijfeld. Voor we kunnen antwoorden zegt de stagiaire duidelijk en niet mis te verstaan:
‘Neeee! Nee nee! Die hebben we niet!’
We staan alle drie stijf stil. De klant, mijn collega en ik. We kijken de stagiaire verbaast, ook een beetje geschokt aan. Die slaat zijn arm over elkaar, schut zijn hoofd, zet zich schrap en zegt nogmaals in zijn stelligheid:
‘Nee hoor, die hebben we niet!’
‘Jawel hoor meneer!’ overrule ik de ondernemer-in-spé, en grijp het doosje op de onderste plank achter ons, en vervolg vriendelijk: ‘anders nog iets op uw lijst?’
‘Nee dank u!’ de klant haalt opgelucht adem, ‘dan heb ik het wel denk ik’
We rekenen samen af en meneer verlaat tevreden de winkel.
Wij draaien ons om naar de stagiaire die met een rood hoofd stottert:
‘Ja, sorry, ik dacht… ik kon… ik wilde er niet in trappen…’
‘Hoe bedoel je?’ vraag ik hem verbaasd.
‘Ze hadden me thuis gewaarschuwd… trap er niet in, opdrachten als, nou euh, soorten van plintenladdertjes enzo…!’
We lachen en geven hem een doosje tepelhoedjes,
‘Hier, doe die maar op je hoofd!’