Ga naar de inhoud

mijn nagels

    Daar stond ik met de plunjezak van mijn vader. Na een week in het zand van de Veluwe. Levend Stratego spelen in het schemer van de avond op de hei en in het bos. Volleyballen. Zingen bij het kampvuur. En samen eten met misschien wel 60 kinderen aan lange houten tafels. Witte boterhammen met hagelslag en ’s avonds macaroni. Of spaghetti.

    Ze stond met haar rug naar me toe. Mijn neus drukte tegen de bloemen van haar schort op haar rug. Mijn arm stevig geklemd onder haar oksel. Mijn hand in haar houdgreep, terwijl ze met haar linkerhand mijn vingers spreidt. Knip, knip, driftig knipte ze. Mijn nagels moesten kort. Heel kort. 

    Ik was weer op zomerkamp geweest. Mijn ouders deden dat elk jaar, mij op jeugdkamp sturen. Het was praktisch, want zes of zeven weken schoolvakantie duurde veel te lang voor een meisje van 11, vonden zij. Bovendien vonden ze het goed voor mijn ontwikkeling. Mijn broertje was zeven jaar jonger en er woonden weinig leeftijdsgenootjes in onze buurt. 

    Dit jaar lag mijn moeder de hele zomer in de woonkamer op een bed voor de schuifpui. Ze had weer een hernia. Mijn vader moest werken. Hij werkte onregelmatige diensten in de gesloten afdeling van de Rekkense Inrichtingen, de TBS kliniek. Hij had die zaterdagochtend geen mogelijkheid om me op te halen van jeugdkamp. Dus haalden zij mij op. Met hun kinderen. Keurig nette kinderen met glimmende zwarte schoenen en witte sokken. De haren schoon en strak gekamd. 

    Ik herinner het me hoe gek en ongemakkelijk het voelde toen ze me in hun beige Opel daar op het terrein op kwamen halen. 

    Daar stond ik. Moe van een wilde week met weinig slaap. Mijn vlechten schots en scheef. Mijn huid donker, ook van de zon. Mijn voeten hadden zwarte voetzolen in sandalen waarvan de naden door het rennen en ravotten, hier en daar los lieten. En net als alle kinderen van het kamp een slaapzak met zand. Maar die zat in de plunjezak. 

    Ik stapte in de Opel en zag mijn kampvriendje uitbundig zwaaien en luchtkusjes gooien. Hij verdween uit mijn zicht. En daarmee ook de week. Ik slikte iets weg. 

    In het huis werd ik gelijk onder de douche gezet. Zij, met een schort voor, waste mij. Dat was ik niet gewend. Mijn moeder deed dat nooit. Stevig boende ze mijn lijf in met zeep en een ruw washandje. Voor mijn handen en voeten was er een nagelborstel. Mijn lange haren werden zelfs twee keer ingezeept. Het ging zo hardhandig dat het wel straf leek.

    En toen kwam ik op de hoge kruk in de keuken met mijn neus in haar rug en mijn arm vastgeklemd onder haar oksel. Mijn vingers recht getrokken en zo krom gebogen in haar handen, dat ik bang was dat ze braken. Ze knipte mijn nagels zo kort dat de huid van mijn vingers vurig rood werd. Ik gaf geen kik. 

    ‘s Avonds lag ik in bed. Door de gordijnen scheen het licht van buiten naar binnen. Het was te vroeg om al in bed te liggen. Ze ging voor in gebed. Daarna stopte ze mij in. Stevig het witte laken om bovenlijf. Ik kon bijna geen ademhalen, zo strak lag ik daar op mijn rug ingepakt in dat bed. 

    Ik sloot mijn ogen en voelde mijn vingers. Morgen komt papa, dan mag ik naar huis.