Ik ben veel meer dan wat ik niet ben.
Een persoonlijk verhaal over nullipara of te wel: niet gebaard hebben. Over de niet-moeder-vrouw.
In mijn coach-praktijk kom ik veel vrouwen tegen die de keus zelf gemaakt hebben of voor wie de keus is gemaakt. Of vrouwen die enorm worstelen met de vraag:
Wel? Niet? Niet? Wel?
Lang dacht ik dat ik de enige was: de niet-moeder-vrouw.
Mijn beste vriendinnen baarden, mijn buik groeide wel, maar een baby zat er niet in. Dat was best lastig. Zo tussen mijn 25e en ongeveer 33e was het echt mijn proces. Een eenzaam proces. Mijn verhaal. In mijn eentje. Want voor mijn lief was het een opluchting. Hij voelde nooit de wens om op te voeden of te zorgen. Ik had er niet bij stil gestaan of ik zelf die wens had. Tot ik ziek werd op mijn 25e en de gynaecoloog zei: ‘Je kunt de pil blijven slikken, maar het hoeft wellicht niet meer’
Op mijn 33e voelde ik me ineens minder alleen. Hoewel mijn verhaal mijn verhaal bleef, ontmoette ik drie vrouwen die óók niet gingen baren. We richten een clubje op: de Bewust Niet Moeder.
Bewust zeker, want ik had inmiddels samen met mijn lief besloten om niet langer slachtoffer te zijn van een medische oorzaak bij mij. Met een bewust gekozen kleine medische ingreep bij hem, besloten we samen dat ‘misschien wel’ definitief ‘nooit’ zou worden. Een hele opluchting. Ik maakte zelf een keus in plaats van dat er voor mij werd gekozen. En we deden het samen. Net als anderen samen kinderen krijgen, deden wij dat samen niet.
De kinderen van mijn vriendinnen werden groot en kwamen uiteraard op de eerste plaats. Bijvangst van niet-moeder zijn is dat je ook resoluut meer op jezelf terug geworpen wordt. Weekenden worden gezinsmomenten. En met een man met een muziekcafe, werd het vooral in de weekenden stiller.
Gelukkig waren daar de BNM-ers. En er was werk. Want als er geen kinderen zijn is er veel tijd voor werk, opleidingen, cursussen en dus groei en ontwikkeling.
Ik heb gevoeld hoe ‘rouw’ het was voor mijn ouders. Mijn keuze maakte hen geen opa of oma. Die ‘schuld’ heb ik gedragen.
Ik heb ook de wijzende en waarschuwende vingers gevoeld, die plots uit allerlei hoeken en gaten opdoken: ‘Je komt er nog wel achter, als je in de overgang komt, dan ga je last krijgen van de keuze!’
En: ‘Als je oud bent heb je geen kinderen of kleinkinderen die naar je omkijken!’
Hel en verdriet, dat was wat me te wachten zou staan.
Zou.
Ik ben nu 57. De kans is allang verkeken. Ik ben en blijf een ‘nullipara’. En ik voel: ik ben niet een ‘geen-moeder’. Ik ben veel meer. Het leven bracht me geen kinderen, maar veel vooral wel. Had iemand me dat toen ook maar vertelt!
Ik zou jonge vrouwen willen geven:
Een leven zonder kinderen hoeft niet ‘ongeluk’ te betekenen. Moeder worden kan je heel gelukkig maken. Een leven zonder kinderen óók. Het leven is zoveel meer. Meer wat óók ‘normaal’ is.
Voel wat er is en veroordeel niets in jezelf. En weet: Jij bent veel meer dan wat je niet bent.