Onverzadigbaar, ongeremd, onbeschaamd, onverschillig en onbescheiden.
Dat zijn krachttermen die horen bij de ziekte van deze tijd. Het sluimerde al sinds de eeuwwisseling. Onderhuids vrat het zich via de porien van onze samenleving tot diep in de aderen en bereikte het uiteindelijk het hart van ons bestaan. Wat het hart nu nog laat kloppen is woedend egoisme en hysterische angst voor persoonlijk tekort. Terwijl in overvloed eten en water verkwist wordt alsof het niks is, liggen tenten, slaapzakken en luchtbedden na eenmalig gebruik op een festivalveld vol vuil. Een vreemdeling moet het met een dekentje op het grasveld doen. Hij legt zijn hoofd moe op de kleine rugtas, waarin enkel weinig bezittingen. Hij droomt van medemenselijkheid en liefde, over hereniging met zijn gezin of familie. Familie die in een werkelijk tekort en in levensgevaarlijke nood leeft. Ondertussen verdedigen wij onze argumenten voor het feit dat we onze overvloed niet willen delen. Een zelfzorg geluid ondersteund met een stevig zelfingenomen realisme.
Wat kan ons nog genezen van deze ziekelijke neo-liberalisitsche infectie?
Hoop? Geloof? Liefde? Ja liefde werkt altijd, toch? Maar we zitten nu vooral met de gebakken peren in een overdosis aan zelfliefde… of komt dat geblaat over ‘ik mag ook niks meer!’ juist door een tekort aan zelfliefde? Door decennia lang ernstige beschadiging van generaties in hechting?
Hoe het ook zij, liefde zal echt helpen.
Maar ik vrees dat we, voordat we het badje in de achtertuin opnieuw vol laten lopen met drinkwater, we behalve liefde, een mega heftige schok nodig hebben. Want zelfs een kolossale brand met doden weerhoudt ons nog steeds niet van vliegreizen. En levensgevaarlijke virussen zorgen niet voor minder vleesconsumptie, we moeten natuurlijk wel onze BBQ kunnen blijven aan steken of ons eitje tikken bij het ontbijt. Het gebruik van fossiele brandstoffen piekt elk jaar weer meer en zij die op alle mogelijke manieren aandacht vragen voor een komende klimaatramp verklaren we als staatsgevaarlijk. Terwijl de zichzelfverrijkende CEO’s zich sigarenrokend beschermd weten door de politiek. En een groep boeren gewoon mogen doen wat ze willen, ook al valt het letterlijk gezien onder terreur.
Nee, zoetsappig romantische ervaringen overgoten met een overdadige hoeveelheid aan liefde gaat ons niet redden of zal ons niet laten bezinnen op onze verwoestende manier van leven. Maar een dystopisch lang aanhoudende ramp zal ons, de industrie en ja zelfs ook Wopke, misschien wel latend inzien dat we geen tijd meer te verliezen hebben. Leed, groot leed ‘to the max’. We moeten de pijnlijke consequenties voelen, ruiken, horen en zien. En dat allemaal tegelijkertijd. Zo, dat we er niet aan ontkomen of het kunnen negeren.
Gek! Ik denk dat dát geregeld gaat worden. Hoeven we maar slechts één ding voor te doen, of eigenlijk niet te doen: niets veranderen, vooral doorgaan. Onverzadigbaar, ongeremd, onbeschaamd, onverschillig en onbescheiden doorgaan.