Ga naar de inhoud

vuiltje

    Geen vuiltje aan de lucht!’ De weerman van het journaal wijst enthousiast naar een kaart met zonnetjes. Zonnetjes zonder wolken. Hij sluit zijn voorspelling af met ‘En in het weekend mooi weer’. Hij zegt het en zo beleven we het: mooi weer is een strak blauwe lucht met een stralende zon.

    Nederland knikt tevreden: ‘Geen vuiltje aan de lucht.’

    Taal leeft, ze wordt beïnvloed door de tijdsgeest, onze belevingen en ons gevoel. Taal is daardoor voortdurend onderhevig aan veranderingen. Veranderingen die volgen op hoe wij de wereld ervaren. Ik zou willen dat taal op ons vooruit leeft, maar dat is niet zo. Helaas, want dan had ze ons wat vaker kunnen waarschuwen. Maar taal leeft helaas niet voor, ze volgt.

    Zo wordt ‘anti-aging’ nog altijd beleeft als iets wat goed voor je is. ‘Anti-aging’ moet je écht smeren en als het kan óók slikken. Zouden we bewuster waarderen dat we oud kunnen worden en dat oud-zijn bij het leven hoort, dan zouden we niet meer ‘anti’ zijn. Maar ja: de jeugd heeft wel de toekomst. Klopt. Dat was lange tijd zo, maar in sommige gevallen en ook in deze tijd niet meer zo vanzelfsprekend

    Met ‘geen vuiltje aan de lucht’ wordt ‘er komt geen regen’ bedoeld. Dat regen in deze tijd in Nederland (!) geen vuil is maar juist een zegen, dát gaan we zeker beleven. Benieuwd welke taal we dan aan het verschijnsel ‘een langverwachte welkome regenbui’ gaan geven. Misschien kunnen we nu al vast, samen met de jeugd én de weerman, anders gaan kijken en spreken over regen? Wellicht leven wij dan daardoor zelf iets goeds voor de jeugd en de toekomst voor?