Mijn ouders gaven me bij mijn geboorte de naam ‘Esther’, en dat deden ze niet zonder reden. Ik kreeg bewust een joodse naam.
Ik groeide op met hét dagboek. Ik hoorde met grote ongeloof de verhalen over de verschrikking. Als tiener solliciteerde ik bij Jeroen Krabbe naar de rol van Anne in het toneelstuk ‘Het Achterhuis’. Het werd Jip van Wijngaarden, een hele juiste keus. Maar wat had ik me ingeleefd en enorm graag de rol vervuld.
Altijd had ik compassie met Joodse mensen. Voor mij voelen ze als de onderdrukten. Ik las ‘Brieven in de Nacht’ van Chaja Polak en leerde hoe trauma’s intergenerationeel werken. Niet alleen voor joden.
Ik ben geen antisimiet.
Ik verwar het ‘joods-zijn’ niet met Israel-politiek. Ik verafschuw elk politieke systeem dat de ene mens boven de andere stelt. Of eigenlijk: de ene mens onder de andere. Ik voel oprechte weerzin naar politieke systemen van mensen die levens van mensen verwoest. Ik gruwel van de haat die er kennelijk altijd al was en nu meer en meer zo onbeschaamd komt bovendrijven.
Ik voel me onmachtig. Daarom spreek ik de macht aan die ik ken. Democratie. En laat ik mijn stem horen, spreek ik me uit. Ik liep in dezelfde demonstratie als onze huidige minister President. Hij is op LinkedIn voldoende getagd, dus dat hoef ik niet te doen.
Ik zou jou, de lezer van mijn post, op LinkedIn willen taggen. Jullie zijn met veel. Laat je stem horen. Spreek je uit. Wees geen antisemiet, wees geen anti-moslim of anti-zwarte mensen. Wees niet anti-mensen. Wees mens voor de kwetsbaren, de onderdrukten, de vernederden, voor hen die ledematen en familieleden moeten missen. Voor kinderen die mentaal en fysiek verkracht worden.
Wees mens.