Ga naar de inhoud

bang

    Ik ben bang. Gisteren sliep ik niet. Ik lag te woelen en te denken aan het zoeken van de verpleegkundige naar een ader die zich zou willen laten prikken. Ik moet namelijk weer een infuus.
    Eerst dat turen naar de bovenkant van mijn hand. Kloppen. Draaien met mijn arm. Kloppen aan de binnenkant van mijn elleboog. Pompen met mijn hand die driftig beweegt van los naar vuist maken. Het bandje om mijn bovenarm, die de druk moet opvoeren. Een poging met een warme deken. Wachten. Dan, ‘op hoop van zegen’ de ‘hier komt de prik’.

    Niks.

    Iets terug trekken van de naald. Iets naar links duwen of misschien naar rechts? Een zucht. Dan ‘Nee, dit wordt hem niet’. Het bandje gaat weer los, mijn arm kleurt inmiddels rood-blauw. Ik krijg een watje. We drukken stevig op de prikplek om een blauwe plek te voorkomen.

    Poging twee.

    Dezelfde procedure. Ook die mislukt. Een collega wordt erbij geroepen. Ik zucht. Ik hoop. Maar liever wil ik huilen. Heel hard huilen, stampvoeten en ‘Nee!’ roepen. Ook collega twee zoekt en oppert: ‘Anders gaan we naar je voet!’ Alles in mij gilt. Ik weiger. Niet in mijn voet. Auw!

    Binnenkant pols dan? Daar heb ik eerder zoveel last van gehad, het is echt een heel pijnlijke plek. Weet de verpleegkundige dat eigenlijk wel? Dat het geheenenweer met de naald in de aderen pijn doet en je misselijk maakt? En weet ze wel, dat ik geen pieperd ben, maar dat deze spanning zich sinds de chemo’s in januari 2024 heeft ontwikkeld? Dat de wanden van mijn aderen niet door mij maar de chemo’s hard zijn geworden? Dat een andere verpleegkundige bevestigde dat ik ook echt wel heel moeilijk te prikken ben? Dat mijn innerlijke criticus mij ook een aansteller vindt? En dat ik wel weet dat er veel ergere dingen zijn op de wereld?

    Nog een poging dan.

    Ik kan het allemaal dromen. Maar dan in een nachtmerrie.

    Voor het infuus van morgen is er gelukkig iets geregeld. Gelukkig, maar geen garantie. Ik ga van de dagbehandeling naar de Recovery. Hoopvol. Gaan ze het daar vinden? Een ingang om de botversterker binnen te laten druppen?

    Vannacht wil ik er niet aan denken. Ik ben doodmoe, ik wil slapen. Geen scenario’s bedenken die ik -niet alleen in mijn hoofd- al sinds de chemo’s ken.

    Als het niet lukt’, zeg ik tegen mijn innerlijk kind, ‘dan rennen we hard weg. Dan doen we het gewoon niet!’ Maar ik weet wel beter…. het moet.

    Ik hou haar en mijn hart vast.