Dit weekend wees ik af en werd ik afgewezen. Ik ben beland in de wereld van uitgevers. Dat komt omdat ik wil dat mijn manuscript met de naam “Kankeren” wordt uitgegeven.
Toen ik aan dit avontuur, want dat is het, begon, wist ik dat het geen eenvoudige reis zou zijn om mijn eind doel te halen. Ik was tijdens het schrijfproces al met mijn neus op de feiten gedrukt: mevrouw kan wel kanker hebben, maar ze is geen BN-er, dus commercieel oninteressant. Dat begrijp ik. Ik ben commercieel niet interessant. Ik ben zestig, kom uit de provincie en heb in de wereld van het boekenbal niets bereikt.
Als je jong bent of je bent een bekende Nederlander verkoopt je boek nu eenmaal makkelijker. Je wordt uitgenodigd bij ‘Eva’ op prime-time of bij de ‘Late Night Show’ bij Beau of Humberto. Bam! Ineens een groot publiek bereik. Ik heb geen rol vervuld in ‘Goede Tijden Slechte Tijden’ en heb geen netwerk in het Gooise. Daarmee sta ik meteen 10 punten achter. Ik snap dat.
Maar ik heb wel een boodschap, een ijzersterke. Ik wil kanker (of het hebben van een ernstige ziekte) uit de hoek van schuld en schaamte halen. ‘Dat begrijp ik niet’, zei iemand vol ongeloof aan de telefoon, ‘zit er écht schuld en schaamte op het hebben van kanker?!’ En juist dáárom moet mijn manuscript een boek worden, omdat ik denk dat het collectief onbewust is. Het is een in de onderstroom gevoelde verwijt, dat als je kanker krijgt je het er waarschijnlijk zelf naar gemaakt hebt. Je zult wel ongezond geleefd hebben. Te weinig gesport, te veel gezeten, gerookt, te veel alcohol gedronken, te veel vlees gegeten en te weinig trauma’s verwerkt hebben. En daarbij, je bent niet meer productief, je leeft en krijgt verzorging op kosten van de samenleving. Je draagt niets meer bij. Het collectieve mantra in elke organisatie en elk bedrijf is dat het ziektepercentage omlaag moet, want het kost ‘ons’ teveel. Om je dood te schamen. Niet letterlijk natuurlijk.
Gisteren kreeg ik een toezegging van een uitgever: Gefeliciteerd Esther! Een fantastische mail met niet zomaar een toezegging. Ze spraken gelijk over het vertalen naar het Engels en mijn boek internationaal uitgeven. Mijn hart deed een koprol. Totdat ik de voorwaarden in het contract las die, zoals zo mooi geschreven, heel transparant waren. Het kwam erop neer dat ik 10 k € moest betalen om deze uitgever het werk te laten doen waar zij volgens eigen zeggen zo goed in zijn. Hadden zij zich werkelijk verdiept in mij dat hadden ze geweten dat ik na 2 1/2 jaar ziek zijn nauwelijks nog inkomen genereer en mijn coachruimte kan betalen omdat een collega wil onderhuren. Ze wilden graag snel van start en of ik het contract per omgaande getekend retour wilde sturen. Je begrijpt, ik stuurde vandaag een nette bedankbrief.
Ook kreeg ik van een hele mooie uitgever een afwijzing. Een fijne mail die uitlegde dat zij mijn manuscript niet verder in behandeling zullen nemen, omdat ze veel manuscripten ontvangen. Geen standaard mail. Met nadrukkelijk de bemoedigende woorden dat hun keuze niets zegt over de kwaliteit en inzet van mijn werk. De oprechtheid en vriendelijkheid in de mail waren zuiver en verzachten de toch wel kleine teleurstelling bij mij.
Zo wees ik op één dag af en werd ik afgewezen. Ik voel veerkracht in dit proces. Ook vind ik het leerzaam en merk ik dat het mijn vertrouwen doet groeien. Waar bij de benadering van de allereerste uitgever, vorig jaar december, mijn buik draaide en mijn borstkas zuchtte, voel ik nu veel meer ruimte en vrijheid. En sinds gisteren ben ik ook niet meer bang om af te wijzen. Hoera!
Natuurlijk zal ik op dit blog het advies krijgen om het zelf uit te geven. Zover ben ik nog niet. Ik weet dat dat kan, maar ik heb mijzelf tot de zomer de tijd gegeven. Daarna zien we wel verder. Of niet. Dan heb ik dit gewoon ook mee mogen maken. Net als mijn kanker.