Ga naar de inhoud

de kiezel

    ‘Snuiten! Snuiten!’ schreeuwde mijn vader en hij sloeg me daarbij hard op mijn achterhoofd. Ik denk dat mijn moeder achter mij stond te wanhopen.

    We waren met zijn drieën op het kiezelstrand van Corsica. Ik was zes jaar. Door de jaren is het verhaal vaak verteld en ik herinner me zelf ook flarden uit deze geschiedenis.

    Wat ik me niet herinner is het rationele waarom. Waarom stak ik het steentje in mijn neus? Wel het wonderlijk denken: ‘Zou het passen?’ Maar of ik het ook echt daadwerkelijk deed? Het steentje in mijn neus stoppen? Ik heb werkelijk geen idee. 

    Ik zie nog wel het bloed op de kiezels voor me. Het peuteren in mijn neus om het kiezeltje er uit te vissen voor ik het mijn ouders vertelde, had wat wondjes gemaakt. Met het harde snuiten was het erger gaan bloeden. Een dramatisch beeld: al die rode kiezels.

    Of het eruit ‘gevlogen’ is door mijn krachtig snuiten, dát kan ik me niet meer herinneren. Wel de grote rode kiezel van tien centimeter die ik even later in de lucht hield met: ‘Dit was hem!’ Er werd hard gelachen. Het kon hem onmogelijk zijn geweest. 

    In de vertellingen, jaren later, kwam er altijd een aanvulling: ‘Jij fantaseert er altijd maar op los!’ Dikwijls werd er later bij mijn andere vertellingen gezegd: ‘Nee Esther, zo is het niet gebeurd!’ Ik weet nu nog steeds niet of er echt wel een kiezeltje in mijn neus heeft gezeten of dat ik er slechts over fantaseerde…

    (zomer 1972 Corsica)