Ze deed op vrijdagmiddag het ‘huiswerk’ wat ik in de brei-les op de basisschool niet af had gekregen. En zo leerde ik van mijn allerliefste oma, met roze appelwangetjes, nooit breien. En dat vond ik helemaal niet erg. Tegenwoordig kan ik wel eens jaloers kijken naar de kunsten van mijn schoonzus. Maar dan schud ik snel mijn hoofd. Breien is niks voor mij, haken ook niet, en naaien met zo’n machine al helemaal niet. Ik bewonder het ambachtelijke werk van naald en draad van anderen, maar zelf waag ik me er niet aan.
Mijn oma was een lieve vrouw. Als ik bij haar de keuken in wandelde werd ik altijd blij. En met veel plezier hielp ik haar in mijn schoolvakanties met haar huishouden. Hard meezingend met ‘Brandend zand’ wat keihard door de kleine grijze transistorradio in de keuken schalde.
Oma was ook gek met mij. Dat voelde ik, maar ze benoemde het ook: ‘Het is heel speciaal Esther’, zei ze, ‘Ik hou van al mijn kleinkinderen, maar de dochter van je dochter geeft een bijzondere band’. Ik glom van trots. Want bijzonder zijn was wat ik graag wilde.
Toen ik in de puberteit kwam veranderde mijn kledingdracht. Van de fleurige jurken die mijn moeder naaide stapte ik in superstrakke jeans. Ik droeg daarboven de prachtig met de hand geborduurde india-blouses die mijn oom meenam van zijn verre reizen. Hij werkte als rechercheur in vliegtuigen om vliegtuigkapingen te voorkomen en vloog regelmatig op en neer naar het Midden-Oosten. En wij genoten van de cadeaus die hij meebracht. Ik voelde me bijzonder in die blouses. Lekker apart. Ik vroeg oma of ze van allerlei kleurtjes, restjes wol sokken voor me wilde breien. Dat deed ze. En ik voelde me als tiener bijzonder hip in de blouses van mijn oom, mijn rete strakke spijkerbroek en in mijn klompen de gekleurde sokken van oma. Zie je het voor je? Denk er dan nog even hele lange losse haren en een midden-scheiding bij.
Happy Hippie.
Tot…..
Ik spijbelde van school op een dag dat er in de oude textielfabriek van Spanjaard in Borne een dag werd georganiseerd door de VARA. Mijn oma had er als jong meisje gewerkt, maar nu was de fabriek niet meer actief en waren er in de hallen allerlei bands, sprekers, werkgevers, vakbonden en veel leuke activiteiten voor jonge werklozen.In die tijden van enorme werkloosheid een grote maatschappelijke zorg. Ik was de hele dag op het festival. Ik hoorde niet tot de doelgroep, maar Herman Brood en zijn ‘Wild Romance’ kwam. En die wil ik live zien. Het was ge-wel-dig. Ik ging los op de dansvloer. Natuurlijk in mijn klompen met de gekleurde sokken van oma. De VARA gebruikte dat beeld: mijn dansende klompen voor de aftiteling van de dag. En je raadt het al. ‘s Avonds zaten mijn ouders, mijn broertje en ik voor de TV. Als vanzelf kwam er een herhaling van de reportgage van die dag in Borne. Mijn familie keek bij de aftiteling gelijk naar mij en naar mijn sokken. Met een rood hoofd was ik door de mand gevallen.
Ik heb straf gehad, maar gek genoeg weet ik niet meer wat dat is geweest. Terwijl ik dit schrijf herinner ik me wél die geweldige dinsdag in die fabriek. Wat voelde ik me volwassen en vrij. Ik neurie vandaag, lekker rebels:
‘I’ll never be clever
I’ll never ever
I’ll never be clever’