Ga naar de inhoud

les arcs de l’argent

    Diep in de verte ligt een fiets, een auto en dingen die lijken op bouwafval. In het zand langs de diepe wanden zie je de sporen die het water achter gelaten had in wilde razernij. Stenen, kiezels, brokstukken, alles ging in een krachtige stroom naar beneden. Een stroom die alles meesleurde, onderweg vernietigde, een niet te stoppen geweld. En onontkoombaar. Wat een ravage.

    Ik sta op het asfalt. Probeer me voor te stellen hoe het moet zijn gegaan. Die nacht, de herrie, het donderende, bulderende water wat de berg afkwam. De paniek, de angst in de mensen die dit deel van het plein, van hun dorp weg zagen schuiven. Beton, staal en stenen wat door het water weg gereten werd in dit kleine Franse dorpje.

    Met mijn goed verzorgde teennagels en gemanicuurde voeten in slippertjes met witte bloemen, sta ik op de rand van het afgescheurde asfalt. Ik ril. Het is hoogzomer, maar het voelt ijskoud.

    Ik loop weg van de rand, met mijn rug naar het diepe gat, kijk naar de huizen rond het plein. Iets verder op zitten mensen op het terras. Het avondlicht is zacht, het geroezemoes gezellig. Mooie sierlijke letters op de luifel boven het terras vertellen: Bar du Cours. ‘Laten we wat gaan drinken’ zeg ik. We nemen plaats, naast elkaar, aan het kleine ronde tafeltjes met rieten stoeltjes. Stil kijken we voor ons uit. Vanaf het terras zien we het plein, met waarschuwingsborden en rood-witte linten en daar achter het enorm gapende gat. Het diepe gat in het hart van deze stad.

    De ober kijkt ons aan. Aan wijn heb ik vanavond geen zin. ‘L’eau plate s’il vous plait‘. En besef de tegenstelling. Hoe tegenstrijdig de betekenis van water. Het kan je redding zijn en je dood. Water neemt, vernietigt, en zorgt tegelijk voor leven.