Hij vond sloffen. Een paar maten groter zodat ze met sokken aan nog steeds fijn passen. Spaanse sloffen voor lekkere warme voeten. Ik zag een paar dagen later dat hij aan zijn rechtervoet een slof droeg met nog steeds het prijskaartje. Ik bood aan om het eraf te knippen. ‘Nee dank je’, zei hij, ‘zo kan ik zien welke de rechter en welke de linker is.’ Ik knikte. Dat heb je met Spaanse sloffen, die lijken zoveel op elkaar dat je niet weet welke slof aan welke voet hoort. En ordelijkheid loopt nou eenmaal, zelfs in slordig sloffen, lekker.
En zo zag ik hem dagelijks lekker sloffen met een wiebelend prijskaartje langszij.
Gisteren hadden we bezoek. Die kreten naar mijn lief: ‘Heij heb je nieuwe sloffen?! Je bent vergeten het kaartje eraf te halen!’ Hij gaf uitleg over zijn ‘kaartje-logica’. Dat oogstte alom gelach, maar ook gelijk veel alternatieven. Allerlei suggesties die konden bewerkstelligen dat het kaartje geknipt zou worden. Als het maar geknipt zou worden. Hij lachte om de onverdraaglijkheid en lichte ergernis over zijn prijskaartje. Glimlachend bracht hij de koffie rond.
Net zag ik hem naar de keuken schuifelen. Het kaartje, haast uitdagend wiebelend aan zijn rechtervoet. Ik glimlach om mijn lieve, eigenzinnige man met prijskaartje.