Wat onwennig kruip ik in mijn nieuwe bed op het platte dak. Toch gek. Gisternacht riep ik naar Bertus ‘Morgen wil ik niet meer binnen slapen!!!’ en nu lig ik hier op het dak. Heb ik eindelijk wat ik wil, voel ik me ongemakkelijk. Het doet me aan vroeger denken. Toen ik mijn ouders de kop gek zeurde dat ik in de tuin wilde slapen. Het is hierboven trouwens ook best warm. En, wat als ik straks moet plassen, wat dan?
Die middag waren we naar Avignon gereden en heb ik een tentje en een luchtbed gekocht. Voor mij alleen. Want hij wilde onder geen beding zijn matras en vertrouwde kamer verlaten. Ik wel. Ik was het zat. Overdag was het soms bijna 47 graden. Het huis heeft geen airco, natuurlijk niet, maar in dit soort tijden was het wel fijn geweest. Het koelde s nachts niet meer af.
Ik woel. Toch saai zo alleen hier. En wat is dat tentdoek licht. Ik zie de maan door het doek en ook het rode ‘draai lampje’ van de Ventoux. Zwaai zwaai. Ik draai me om. Zou het lukken, slapen? Gelukkig heb ik een twijfelaar matras gekozen en niet een eenspersoons. Ik zwiep mijn benen wijdt uit elkaar. Foei wat is het heet.
Zouden er ook beesten op het dak komen? Ik voel aan de rits. Gelukkig. Dicht. Ik zou het doek wel open willen ritsen, voor wat frisse wind, maar wie weet wat er dan binnen komt als ik slaap. In gedachten zie ik de vos binnenkomen, de Franse buren hadden over hem verteld. Oh en die wilde katten, met evenzo wilde vlooien, het idee al. Allemaal bij mij in de tent. Ik krijg jeuk op mijn hoofd.
In gedachten zoom ik uit en zie ik mijzelf liggen, hoog vanuit de lucht. Ik zie van boven de Marokkaans ogende huisjes in groepjes staan. Dicht bij de poort staat ons huisje, ons platte dakje, het trapje en dan het tentje, waarin ik lig. Wijdbeens. Bij de poort? Ik lig hier heel dicht bij de poort, wie kan er allemaal door de poort? En dan door ons tuintje, de trap op naar het dak… naar binnen in mijn tentje, bij mij. Ik voel nog even aan de rits. Moet daar geen slot op?
Ik draai me weer om. Ik moet plassen. Zachtjes trippel ik het trapje af naar beneden, ik schuif de luiken open en loop in het donker naar het toilet. Gevonden. Ik ga zuchtend zitten. Nog een diepe zucht. Ik wil bij hem. In hemelsnaam dan toch maar in het warme bed, in de snikhete kamer. Ik zucht weer. Dit wordt niks. Ik trek de wc door en sluip naar de slaapkamer. Stilletjes schuif ik onder het laken.
“Lukt het niet?’ bromt hij.
Ik zucht.
“Jawel, maar ik miste je”