Ga naar de inhoud

persoonlijke vrijheid

    Hij kijkt langs de openstaande deur aan de kant van de chauffeursstoel. ‘Ik heb ook kanker gehad’ zegt hij grinnikend met zijn hand voor zijn mond. Ik lach hardop om de grap die Bertus zojuist maakte.

    Ik had hem vanmiddag verteld dat ik gisteravond vrijpostig was geweest. Mijn vriendin en ik hadden heerlijk genoten van ons het diner in een eetcafé, toen de bedrijfsleider aan onze tafel kwam staan. Hij fluisterde wat beschaamd. Met veel excuses vertelde hij dat we per ongeluk aan een besproken tafel terecht waren gekomen. Hij had de tafel nodig voor een grote groep die gereserveerd hadden. Ik zag zijn ongemak en trok een guitige snuit terwijl ik uitdagend zei: ‘Geeft niks hoor, we gaan wel ergens anders zitten, heel aardig dat u ons verwend met een consumptie’. De man lachte opgelucht en zei dat dát helemaal voor elkaar zou komen. En dat kwam het. 

    Aan de nieuwe tafel vertelde ik mijn vriendin, en vanmiddag dus ook tegen mijn man, dat als je zo geconfronteerd bent met je eigen dood als ik, je je gek genoeg veel minder geremd voelt. Ik voel me veel minder bang in sociaal contact. Voor de kanker zou ik zoiets nooit gezegd hebben. Die nieuwe vrijheid doet me deugd en is één van de voordelen van het hebben gehad van kanker. Want behalve die vrijheid geeft kanker ook een nieuw soort humor in ons leven. Daar hadden wij het dus uitgebreid over gehad voordat we onze auto gingen inruilen voor een andere.

    We hadden de autoverkoper in het glazen hokje verteld dat de prosecco, die hij ons de vorige keer cadeau had gedaan, in zeer goede aarde was gevallen. Ik maakte er smulpaap bewegingen bij door met mijn hand voor mijn wang te bewegen. De verkoper lachte en zei op heimelijke, fluisterende toon terwijl hij de papieren in orde maakte: ‘Dan krijgen jullie straks nog een flesje van mij!’ 

    Wij blij. 

    Maar! Die belofte vergat hij. Er moest ook nog zoveel geregeld en uitgelegd worden, want een auto heeft tegenwoordig meer techniek dan alleen gas geven en remmen! Het flesje raakte meer en meer op de achtergrond. 

    Ik had me er bij neergelegd. 

    Het werd eindelijk tijd om weg te rijden. De verkoper had zojuist onze nieuwe auto, met mij op de bijrijdersstoel, uit de showroom gereden en wilde plaats maken voor mijn lief die het portier vast hield en zei: ‘Goed, hebben we alles?… Esther heb jij de prosecco?’ Waarop de autoverkoper zich snel uit de voeten maakte om het vergeten flesje op te halen. Bertus had pret om zijn ondeugende actie en herinnerde zich toen mijn verhaal en zei niet minder ondeugend:

    Hi hi, ik heb ook kanker gehad!

    De verkoper kwam terug met twee dozen. Nu hebben we twee flesjes in de koelkast, voor een moment dat we niet hoeven te rijden in onze fijne nieuwe auto.