Ga naar de inhoud

school ruikt

    Als ik mijn ogen sluit dan ben ik terug. Terug in de geur van het zweet in mijn handen. Ik ruik de sjieke juf, de stoere meester en de kinderen. Oh wat ruiken die kinderen. Ik ruik de inkt in het potje in mijn tafeltje. Naast het potje zit een bakje, daar ruik ik het lood van de potloden. Ik ruik de weeƫ lucht van de melk in kleine glazen flesjes met geurende aluminiumdekseltjes. Ik ben benauwd in de geur van de klas. Maar nog benauwder ruikt de gymtas. En in het gymlokaal ruik ik luchten. Ik ruik de vogels, buiten achter glas. De geur van school zit ook in de natte jas, keurig tussen al die anderen netjes op een rij op de gang. De geur van de opgezette beesten aan de wand. De landkaart aan een touwtje. Het krijt van het bord en de wisser, zo stoffig dat ik nu moet niezen. Het ruikt, het ruikt, En dan die kleine wc-tjes met halve deuren en stortbakken die grauw geuren. Het houten handvat wat niet goed wil doortrekken. De plas van mijn klasgenoot die bleef staan. En ook al trek je eindeloos door: school blijft ruiken. Blijft ruiken, in mijn gedachten, niet weg te trekken.

    In mijn herinnering ruikt school, ontzettend en ontzettend vies!